beterschap
vrouwelijk (de)/ˈbetərˌsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- herstelde toestand na ziekteIk wens je beterschap na de operatie.
Etymologie
*van Middelnederlands "beterscap", op te vatten als afgeleid van "beter"
Uitdrukkingen
- beterschap beloven
Vertalingen
Engelsget well, progress
Spaanscura, mejora
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek