woorden
boek
Start
›
B
›
bete
bete
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈbetə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een stuk brood
Etymologie
* van bijten
Synoniemen
hap
mondvol
brok
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← betbetovergrootmoeders
beteerd →