betegelen

/bəˈteɣələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een vloer of wand van tegels voorzien
    Hij betegelde de badkamer.

Etymologie

*Afgeleid van tegel

Vertalingen

Engelstile
Fransdaller
Duitsfliesen
Spaansalicatar, azulejar