bal
mannelijk (de)/bɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) object in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer [1] dat gebruikt wordt bij balspelenDe bal werd door de spits keihard in de kruising geschoten.
- (meer in het algemeen) bolvormig voorwerpIk eet een bal gehakt.De outfit komt 'met alle toeters en bellen', inclusief de aanpassingen die Whitney zelf heeft gedaan. In het grijze pak dat de zangeres onder de outfit droeg, zitten zelfs nog wat gaten die er tijdens de opnames zijn ingekomen. Ook missen er daardoor wat chromen balletjes die aan het pak zaten.
- (scheldwoord) jong persoon, veelal van het mannelijk geslacht, vaak van rijke afkomst en met een herkenbaar accent, die zich uit de hoogte gedraagtDe bal kwam op me af om een praatje te maken, maar ik ging snel naar mijn vriendin in het toilet.
- (anatomie) teelbalHenk ging naar de dokter omdat hij last had van jeuk aan zijn ballen.
- (informeel) geen ~ helemaal nietsHij begreep geen bal van wiskunde.
- (informeel) geen ~ aan helemaal niet leukIk verveel me dood op het feest, ik vind er geen bal aan.
- (informeel) geen ~ aan heel gemakkelijkWiskunde moeilijk? Ik vind er geen bal aan.
zelfstandig naamwoord
- een danspartijHet bal werd geopend door het bruidspaar.
- (figuurlijk) veel onnodig gedoeHet is toch elke keer weer bal.
Etymologie
* Van "balle". In de betekenis van ‘gulden, (België) frank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936
Uitdrukkingen
- De kolf naar de bal werpen — Het opgeven
- elkaar de bal toespelen/elkaar de bal toewerpen — Elkaar helpen zodat beide partijen er voordeel uit halen
- Kort op de bal spelen — Snel en kordaat handelen
- Spelen op de bal [of op de man] — Uitdrukking die het verschil benadrukt tussen het bij verschil van mening enerzijds opvoeren van inhoudelijke argumenten en anderzijds de oppponent persoonlijk verdacht maken
Vertalingen
Engelsball, ball
Fransballe, ballon, bal
DuitsBall, Kugel, Tanzball
Russischмяч
Turkstop
Poolspiłka, bal
Deensbold, kugle, bal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek