accountant

mannelijk (de)/əˈkɑuntənt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, financieel (beroep) (financieel) iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties
    Het is voor een accountant blijkbaar geen enkel probleem om een bedrag van 700 miljoen jarenlang over het hoofd te zien. [http://www.nu.nl/economie/3993606/staat-verkoopt-reaal-150-miljoen-euro-chinese-verzekeraar.html www.nu.nl]

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelsaccountant
Fransexpert-comptable
DuitsBuchhalter, Buchprüfer
Spaanscensor de cuentas, auditor, contable
Poolsksięgowy, księgowa