accolade

vrouwelijk (de)/ˌɑkoˈladə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. typografie (typografie) elk van beide spiegelbeeldige haakvormige leestekens waarmee een bepaald deel van een tekst kan worden gemarkeerd
    De heading van een klasse begint met het sleutelwoord 'class' en geeft de naam van de klasse aan, gevolgd door een accolade.
    We kennen de vierkante haakjes [ ] en de rondere accolades { }. Bij het lezen en maken van broncode van een programma hebben beiden meestal een heel andere betekenis.
    ‘De teloorgang van Neêrlands onderwijs houd ik niet meer tegen.” Mijn collega zet een accolade om de scores van de examinator en noteert: idem. titel=Voilà
  2. adel (adel) symbolische zwaardslag waarmee tot de ridderorde of adel werd toegelaten
    Met deze woorden stapt Du Frêne op zijn vriend toe, hangt hem de bruine mantel om van de schildknaap en geeft hem de accolade en de broederkus.
    De accolade bij de toekenning van de Willemsorde is vervangen door een ferme slag met de hand van de koning op de schouder van de gedecoreerde.
  3. figuurlijk (figuurlijk) blijk van grote waardering
    Na zestien jaar zal er geen accolade meer zijn voor het beste literaire en/of journalistieke reisboek dat jaarlijks in het Nederlandse taalgebied is verschenen. Het afschaffen van de Bob den Uyl-prijs is een betreurenswaardige zaak.

Etymologie

* komt van het Latijnse ad collum (om de hals)

Vertalingen

Fransaccolade