accommodatie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorzieningen ten behoeve van het (aangenaam) verblijf van personen
    Het schoolkamp werd gehouden in een accommodatie die speciaal voor het verblijf van groepen jongeren was ingericht.
    ‘Dit soort prachtige accommodaties vind je overal ter wereld,’ beweerde haar echtgenoot stellig.
  2. aanpassing (aan de omstandigheden)
    De accommodatie van het oog, nodig om dichtbij scherp te kunnen zien gaat bij oudere mensen verloren.

Etymologie

* van accommoderen

Vertalingen

Engelsaccommodation, accoutrement, accoutrements
Fransaccommodation, accommodation
Spaansinstalaciones, acomodación, acomodación