Pinksterbloem
vrouwelijk (de)/'pɪŋkstərblum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een kruisbloemachtige die eind april het hoogtepunt heeft van haar bloeiLet op: niet-officiële benamingen en samenstellingen daarmee hebben geen hoofdletter: een witte kerst, een kerstboom, paaseieren, pinksterbloem. de Standaard 28 OKTOBER 2010De komende week gaan we steeds meer bloeiende dotterbloemen, bosanemonen en pinksterbloemen zien ??, verwacht De Natuurkalender. Ook komt er de komende tijd meer jong groen aan struiken zoals de meidoorn, de hazelaar en de wilde lijsterbes. Tubantia 11- januari - 2017
Vertalingen
Engelscuckooflower
Spaansberro de prado, cardamina, cardamina de prados
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek