pinkelen
/ˈpɪŋkələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- knipperen met de ogenInger pingelde tegen de zon.
- flikkerenIk kijk naar de klare morgenhemel waar nog een paar sterren pinkelen, en lach.
Etymologie
*(freqtt) pinken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(freqtt) pinken