pinken

/ˈpɪŋkən)/

Betekenis

werkwoord
  1. met de pink verwijderen
    Ontroerd pinkte zij een traantje weg.
  2. knipperen van een lichtje
    Het pinken van dit lampje wil zeggen dat de accu bijna leeg is.
  3. verouderd (verouderd) knippen met de ogen
    Met pinkende oogjes keek Jaapje om zich heen.

Vertalingen

Duitszwinkern