Ket
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onevenhoevigen) een klein soort paard
- (persoon) (Vlaanderen) kind, jongere
- Brusselse straatjongen
- afkorting van ketamine
Etymologie
* Vooral aangetroffen in de kustdialecten (van Vlaanderen tot aan Groningen), bijv. Zeeuws kirre, Hollands kidde, Fries kedde, mogelijk een vroege ontlening aan Oudnoords "kið" "geitje" , met een semantische verschuiving van "geitje" naar "paardje" (en later ook "kind, jochie"). De Oudnoordse vorm is ook in het Engels ("kid") terechtgekomen, met behoud van betekenis.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek