zwenken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. wenden, keren
    De vrachtwagen zwenkte naar rechts.
    Robert zei dat de graaf hem beloofd had dat hij hem kunstjes met paarden zou leren: wenden, zwenken, springen en hoe je de beste ruiter ter wereld kon worden.
    Ik vond het ongelofelijk en wonderbaarlijk dat er zoveel auto's langs elkaar heen konden rijden zonder te botsen, en bij elk stel koplampen dat mijn kant op kwam was ik ervan overtuigd dat ze onvermijdelijk mijn rijbaan op zouden zwenken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘van richting veranderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451

Vertalingen

Engelsturn, turn around, turn round
Spaanshacer dar vueltas, hacer girar, voltear