zwengel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- arm van een hefboom die op en neer of in het rond wordt bewogen, bijv. bij een pompVeel oude waterpompen hebben een zwengel.
Etymologie
* Afgeleid van het werkwoord "zwingen" .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek