zwam
mannelijk/vrouwelijk (de)/zwɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mycologie) organisme dat bestaat uit een netwerk van draadjes dat op andere organismen groeit, soms zichtbaar in de vorm van een verkleuring, vlokken of paddenstoelenZwammen parasiteren soms op andere planten.
Etymologie
*van Middelnederlands "swam", in de betekenis van ‘spons, paddenstoel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek