zittend
/ˈzɪtənt/
Betekenis
werkwoord
- op het achterste rustend met het bovenlichaam rechtopOmdat het toen nog steeds te krap was, moest één jongen zittend in de hoek gaan slapen.
- met weinig lichaamsbeweging
- in functie zijnd
Etymologie
*zitten met de uitgang d
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek