zijns
/zɛins/
Betekenis
voornaamwoord
- (verouderd) van hij en ieVader, blijf U zijns ontfermen,Blijf zijn jeugdig hart beschermen (…)
voornaamwoord
- (verouderd) (m) (van) zijnReeds als scholier nam hii afstand van het geloof zijns vaders.
- (verouderd) (n) (van) zijnHij ging terug naar Spanje, om daar in 1958 de grootste klap zijns levens te moeten incasseren.
Uitdrukkingen
- [1] zijns ondanks
- [1] zijns weegs
- [2] in het zweet zijns aanschijns
- [2] zijns inziens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek