zijn

onzijdig (het)/zɛin/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga): bestaan, existeren
  2. erga (erga) (meestal gevolgd door niet meer): leven
    Zij is niet meer.
  3. erga (erga): zich bevinden, ergens aanwezig zijn
    Ik ben in de tuin.
    We waren in Portugal.
  4. erga, onpr (erga), (onpr): drukt de feitelijke toestand, hoedanigheid of wenselijkheid van iets uit
    Wat is er met jou?
    Hoe is het?
    Wat zal het zijn?
  5. copl (copl) (gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): gelijk zijn aan:
    Johan is onze voorzitter.
  6. copl (copl)(gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): tot de groep behoren van
    De leeuw is een dier.
  7. copl (copl) (gevolgd door adjectief): de eigenschap hebben:
    Hij is nieuwsgierig.
  8. onpr (onpr), ~ te drukt een soort van verplichting uit, of iets dat noodzakelijk is of voor de hand ligt
    Dat is af te raden.
    Dat is te verwaarlozen.
  9. onpr (onpr), ~ te drukt een mogelijkheid uit
    Er waren stemmen te horen van achter het muurtje.
    Dat is niet te doen.
  10. auxl (auxl): ~ + : van de van een werkwoord
    Komt hij nog? Hij is al gekomen.
  11. auxl (auxl): ~ + : van de van de lijdende vorm
    Zij was zo vreselijk geslagen dat het bloed van haar lijf droop.
zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) gegeven dat iets of iemand bestaat
voornaamwoord
  1. , of
    Hij liet zijn hondje uit.

Etymologie

**Deze vormen gaat terug op *sīnaz, *seino-, vergelijk "sein", "sin". Oorspronkelijk was *seino- een wederkerende vorm verwant aan *swe, vanwaar woorden als "себя" (sebja), Latijn "suus", "ἑός" (heos), "स्व" (sva).

Uitdrukkingen

  • als de dood zijn voor
  • er het hart van in zijn
  • snel weg zijn met
  • van doen zijn
  • zot zijn van
  • boontje komt om zijn loontje
  • een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken

Vertalingen

Engelsbe, be, be
Fransy, avoir, être
Duitssein, bestehen, geben
Spaansser, estar, ser
Italiaansessere, essere, essere
Portugeesser, estar, ser
Russischбыть, быть, быть
Japans在る, 存在する
Koreaans있다, 존재하다
Turksolmak, olmak, olmak
Poolsbyć, być, być
Zweedsvara, vara, vara
Deensvære, være, være