zielenherder
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- , iemand die zorg draagt voor het zielenheil van gelovigen"Omdat het met kerst veel drukker is in de kerk, denken de mensen dat de pastor ook heel druk is. Maar ik ben eigenlijk het hele jaar door druk", relativeert de geboren Sallander, al weer zeven jaar zielenherder in Enschede. Tubantia 21-12-07 [https://www.tubantia.nl/enschede/geniet-maar-denk-ook-aan-een-ander~a37c406f/ 'Geniet, maar denk ook aan een ander']Het pastorale team bestaat na het vertrek van pastor Korterik nog uit vier pastores waarvan één priester. Pastor Korterik was de afgelopen twaalf jaar als zielenherder verbonden aan de Enterse parochie en de laatste jaren bij toerbeurt ook werkzaam voor de andere parochies in West Twente. Tubantia 02-06-09 [https://www.tubantia.nl/almelo/pastor-korterik-69-in-najaar-met-emeritaat~ac8cbb09/ Pastor Korterik (69) in najaar met emeritaat]De vrouw wil eerherstel. Volgens haar heeft bisschop Wiertz niets gedaan tegen de ontspoorde zielenherder. Ook vindt ze dat het bisdom aansprakelijk is voor de kosten die zij heeft gemaakt vanwege een seksueel overdraagbare aandoening die zij door de geestelijke opliep. Het Parool 4 MEI 2009 [https://www.parool.nl/buitenland/bisschop-spreekt-onder-ede-over-fraude~a240681/ Bisschop spreekt onder ede over fraude]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek