zielzorger

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geestelijke die zich bezighoudt met het zielenheil van gelovigen
    Graham groeide uit tot een icoon en leider van een rijk en machtig evangelisatie-imperium. Hij werd vertrouweling en zielzorger van presidenten en hoogwaardigheidsbekleders en een kruisvaarder die met oproepen tot bekering over de aardbol trok. Tubantia Dick van Rietschoten 21-02-18 [https://www.tubantia.nl/buitenland/moderne-kruisvaarder-billy-graham-99-overleden~afc65b5f/ Moderne kruisvaarder Billy Graham (99) overleden]
    Axel Kullik is zielzorger, speciaal voor de politie. „Als de agenten ervaringen met zwaar geweld krijgen, kan dat voor psychische problemen zorgen. Daarom ben ik hier”, zegt de dominee uit Oldenburg. De Telegraaf ROB SAVELBERG 07 jul. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/246614/protestmars-hamburg-gestaakt-na-rellen Protestmars Hamburg gestaakt na rellen]
    ‘Ik ben een gulzige en chaotische lezer, met een voorkeur voor essays en poëzie. Er liggen zes boeken: Frits van der Meer met Augustinus, de zielzorger: echt een meesterwerk. de Volkskrant Wilma de Rek30 november 2018 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/wat-moet-je-hebben-gelezen-de-volkskrant-boekenraad-stelt-zich-voor~b98668a1/ Wat móét je hebben gelezen? De Volkskrant Boekenraad stelt zich voor]

Vertalingen

Engelsspiritual caretaker, pastor, shepherd