wiegen

/ˈwiɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
    Het kindje werd zachtjes gewiegd onder het zingen van een slaapliedje.

Etymologie

*van het Middelnederlands "wiegen"

Vertalingen

Engelsrock
Fransbercer
Duitswiegen
Spaansmecer, remecer, acunar