wieg

mannelijk/vrouwelijk (de)/wix/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel (meubel) een bedje voor een pasgeboren zuigeling, vaak met een hemel van fijn gaas en soms met de mogelijkheid het kind zachtjes heen en weer te bewegen
    De vloerplanken zijn van donker hout en Thea ziet er een wieg op staan.
    Nog voordat Thea kan nadenken over de dingen die ze ziet, loopt de man snel door naar de wieg.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kinderledikant’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • aan de wieg staan vanbetrokken zijn, verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van iets nieuws

Vertalingen

Engelscradle
Fransberceau
DuitsWiege
Spaanscuna
Deensvugge