wiegelen
/ˈwiɣələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- heen en weer bewegenEven wiegelde hij, zijn hoofd tolde van de drank.
Etymologie
*van Middelnederlands "wiegelen"; kan worden opgevat als (freqtt) wiegen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*van Middelnederlands "wiegelen"; kan worden opgevat als (freqtt) wiegen