wet

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) een door de overheid opgestelde regel
    Veel mensen vinden dat die zichzelf boven de wet stelt, veel te ver gaat en inconsequent is.
    Je wordt gestraft als je de wet overtreedt en gepakt wordt.
    In Australië is het nu zelfs bij wet geregeld dat iedere werknemer na zeven jaar automatisch twee maanden betaald verlof ontvangt.
  2. wetenschap (wetenschap) vaste, op waarneming gegronde regel, waarmee een verschijnsel wordt verklaard
  3. religie (religie) religieuze levensregels en voorschriften

Etymologie

* In de betekenis van ‘rechtsregel’ voor het eerst aangetroffen in 901

Uitdrukkingen

  • Een wet van Meden en Perzeneen regel waarvan nooit mag worden afgeweken
  • Een stalen wet
  • Iemand de wet stelleniemand iets opdragen te doen
  • Korte wetten maken
  • Nieuwe heren, nieuwe wettenmet een nieuwe baas komen er nieuwe regels
  • Nood breekt wetbij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd
  • Onder en boven de wet zijnzich niet aan de regels hoeven te houden
  • de lange arm der wet

Vertalingen

Engelslaw
Fransloi
DuitsGesetz
Spaansley
Italiaanslegge
Poolsprawo