weten
/ˈwetə(n)/
Betekenis
werkwoord
- ergens kennis van hebbenHoe kun je dat nou weten als die stof nog nooit behandeld is?Want het was goed hier, om niet te zeggen perfect, en ik zag geen reden waarom ik hier niet net zo lang zou kunnen blijven tot ik wist waar ik naartoe moest gaan.
- ~ te: erin slagenHij wist zijn vader zover te krijgen hem dat geld te geven.
- te weten te komen: iets ontdekkenDe spion probeerde te weten te komen waar de atoomwapens lagen.
- beseffenAls je dat maar weet!Er is immers geen sprake van verlies, echtscheiding of overlijden en verder weten we allebei dat we elkaar na een x aantal maanden weer zullen zien.
- laat weten: zeggen wat men vindt van iets
Etymologie
:Slavisch:: widzieć, : видеть, : vědět
Uitdrukkingen
- geen weg weten met
- Joost mag het weten
- Weten hoe de vork in de steel zit — precies weten wat er gebeurd is
- Weten waar Abraham de mosterd haalt — Zeer diepgaande kennis van een zaak hebben
- Weten waar de schoen wringt — de oorzaak van de problemen weten
- Weten wat voor vlees je in de kuip hebt
- Aan iets een mouw weten te passen — een oplossing ergens voor weten
- Heg noch steg weten — ergens de omgeving totaal niet kennen
Vertalingen
Engelsknow
Franssavoir
Duitswissen
Spaanssaber
Italiaanssapere
Russischзнать
Japans知る
Poolswiedzieć
Zweedsveta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek