wetend

/ˈwetənt/

Betekenis

werkwoord
  1. blijk gevend van kennis, inzicht of wijsheid
    Terwijl hij dit zei, mompelden de toehoorders met een wetend air en schreven in hun opschrijfboekjes.
  2. verouderd (verouderd) beschikkend over kennis, inzicht of wijsheid
  3. verouderd (verouderd) (van handelingen) met overdenking of inzicht gedaan

Etymologie

*"weten" met de uitgang -d