welvoeglijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het handelen dat overeenkomt met de goede zedenEn toch waren de mannen over de omzichtigheid en de vrouwen over de welvoeglijkheid gestapt, voortgedreven door de onweerstaanbare prikkel van de nieuwsgierigheid die alles had overwonnen.
Etymologie
* afleiding van welvoeglijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek