ingetogenheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. keurige en bescheiden manier van doen
    Ze rukte zo hard aan zijn stropdas en overhemd dat er een knoopje vanaf sprong. Bij de zevenentachtigjarige Juliana had, in de formulering van de regisseur, 'de ingetogenheid plaats gemaakt voor een ongeremde wil om te laten merken hoe ze er echt over dacht'. De lunch betekende `een welkome onderbreking. Prins Bernhard nam daarna het initiatief door als eerste een alinea van de gewraakte tekst voor te lezen, de gekalmeerde Juliana vervolgde met een door haar uitgesproken alinea.' 22{{Aut|Withuis, Jolande
    Ze dronken hun Martini's. Gaandeweg veranderde er iets aan de sfeer. De ingetogenheid balde zich samen tot een voelbare spanning. De vrouwen werden beweeglijker, losser, vrolijker, uitbundig. {{Aut |Brouwers, Marja
    De hoofdredactie kijkt redelijk tevreden terug op die ingetogenheid. Maar de worsteling blijft. De krant had eerder dan maandag een reportage willen hebben over de meespeurende burgers. Ook het gewenste gedegen profiel van de verdachte bleef uit. Daarin moet de krant 'creatiever' zijn, zegt de hoofdredactie. Op het gevaar af dat je via de U-bocht alsnog de sensatiezucht voedt. 'De katholieke route' heet dat intern, en die is niet altijd fraai. Volkskrant Jean-Pierre Geelen 14 oktober 2017

Etymologie

* afleiding van ingetogen

Vertalingen

Engelsmodesty, continence