wants
mannelijk/vrouwelijk (de)/wɑnts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (halfvleugeligen) benaming voor insecten met een buisvormige monddeel, waarvan de voorste vleugels half hoornachtig, half vliezig en de achterste vliezig zijn, behorend tot de onderorde die, evenals de onderordes van respectievelijk cicaden en plantenluizen, deel uitmaakt van de overkoepelende orde der .
Etymologie
*van "Wanze", in de betekenis van ‘wandluis’ aangetroffen vanaf 1766
Vertalingen
Engelstrue bug
Franshétéroptère
Spaanschinche
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek