vriend
mannelijk (de)/vrint/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sociologie) een persoon met wie je een speciale, vriendschappelijke, persoonlijke band hebtMijn vrienden komen op mijn verjaardag.Als ik bijvoorbeeld met mijn gezin op vakantie was of met een groep vrienden een weekendje weg ging, waren de verantwoordelijkheden gedeeld.
- (sociologie) de mannelijke persoon met wie je verkering hebt; de mannelijke persoon met wie je een liefdesrelatie hebtIk wilde mijn vriend vragen om dit te repareren, maar hij was er niet.Misschien nog ingewikkelder was het toen het uitging met mijn oudste dochter en haar vriendje.
- (informeel), (pejoratief) ironische manier om iemand aan te spreken met wie men juist niet op goede voet staatBeste vriend, dat gaat zomaar niet!
Etymologie
*Eigenlijk tegenwoordig deelwoord van vrijen (liefhebben).
Uitdrukkingen
- Vrienden in nood, honderd in een lood — wanneer er zich problemen voortdoen laten vrienden je vaak in de steek
- Dikke vrienden — Stoett-426 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- In de nood leert men zijn vrienden kennen — als je in moeilijkheden zit merk je wie echt je vriend is
- Leven als vrienden en rekenen als vijanden — vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn
- U aller vriend
- Even goede vrienden! — Gezegd wanneer men geen wrok of anderszins negatieve gevoelens bij iets heeft (of dat althans niet wil laten merken)
- Een goede buur is beter dan een verre vriend. — Als je rechtstreeks hulp nodig hebt, heb je meer aan mensen in je nabije omgeving dan aan personen op grote afstand (ook al zijn die laatsten dan je vrienden).
Vertalingen
Engelsfriend, friend, boyfriend
Fransami, copain
DuitsFreund, Freund
Spaansamigo, novio
Russischдруг
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek