makker
mannelijk (de)/mɑkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is
Etymologie
*afgeleid van het Middelnederlandse ghemacke
Vertalingen
Engelsmate, buddy, comrade
Franscopain
DuitsGefährte
Spaanscompañero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek