vooruitkomen

/vorˈœytkomə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vorderingen maken op weg naar iets
    Behalve dan dat de twee waarnemers zich, op het moment dat ze zo laag mogelijk gebukt vooruitkwamen, als konijnen lieten neerschieten. Eerst vielen er drie schoten en daarna een diepe stilte; de zaak was wat de vijand betreft afgedaan. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  2. een betere positie krijgen

Vertalingen

Engelsadvance, make headway, advance
Spaansavanzar, prosperar