vooruitbetaling

vrouwelijk (de)/voˈrœydbəˌtalɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bedrag dat men betaalt voordat de goederen geleverd zijn
    Als bewijs daarvoor had de boer uit Vislo-oechovo honderd roebel in papiergeld bij zich (hij wist niet dat het vals was) die hij als vooruitbetaling voor zijn hooi had gekregen.
    Begin mei dreigde Gazprom Oekraïne in juni minder gas te leveren als het land deze maand geen vooruitbetaling doet.

Etymologie

* van vooruitbetalen

Vertalingen

Engelsfront up-payment, payment in advance, advance payment