vooruit

/vorˈœyt/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. aansporing, aanmaning om iets te gaan doen.
    Vooruit! Nu gaan wij de doelpunten maken!
    Vooruit, voorlopig dan maar the ‘Best Breakfast in the World’ met een liter cola.
zelfstandig naamwoord
  1. (n) de verblijven voor in het schip.
  2. techniek (techniek) (m) een mechaniek die een apparaat in voorwaartse richting doet lopen
    Als je hem in z'n vooruit wilt zetten moet je de pook naar voren zetten.

Etymologie

# in voorwaartse richting strekkend

Uitdrukkingen

  • vooruit met de geitschiet eens op

Vertalingen

Engelsforwards
Spaansadelante