voorstoel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de stoel vooraan van iets (meestal in een auto of op een fiets)Ik heb twee kinderstoeljes op mijn fiets een voorstoeltje voor de jongste en een achterstoeltje voor de oudste.Ik zit naast mijn vrouw die autorijdt op de voorstoel in de auto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek