voorseizoen
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel van het jaar voor het drukste toeristische deel van het jaar
- (sport) deel van het jaar voor het officiële wedstrijdseizoen
- deel van het jaar voor de zomer
Vertalingen
Engelspreseason
Fransprésaison, avant-saison
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek