naseizoen

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. na de drukste periode, na de schoolvakanties
    In veel bedrijven is het een jaarlijks ritueel: het vastleggen van de vakantiedata. Hoe te voorkomen dat iedereen tegelijk op reis vertrekt, zodat er niemand meer is om het werk te verrichten? Bij die onderhandelingen is er altijd één premisse: wie kinderen heeft, kan alleen tijdens de schoolvakanties weg. De kinderlozen hebben de keuze: het voorseizoen, het naseizoen, of opgetrokken wenkbrauwen van hun collega's. de Standaard 04 JUNI 2016
    Hij denkt ook dat reisondernemingen „creatief” met de nieuwe situatie omgaan om mensen over de streep te trekken een vakantie te boeken. Met name in het voor- en naseizoen lopen de boekingen achter. Tubantia Roel Lutkenhaus 26-03-2009

Vertalingen

Engelsend of season