voorpand

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de voorkant van een kledingstuk
    Te zoeken, zei hij terwijl hij het voorpand van zijn jas opensloeg en zijn snuifdoos te voorschijn haalde.
    In een atelier in zijn woonplaats liet hij een paar onderbroeken maken met de speciale stof in het voorpand en het kruis. Zo'n 35 proefpersonen testten het ondergoed en waren over het algemeen enthousiast. Een test bij TNO wees uit dat de onderbroek vele uren lang nagenoeg geen vervelende geurtjes doorlaat.