woorden
boek
Start
›
V
›
voorhoofdsholte
voorhoofdsholte
vrouwelijk (de)
/ˈvorhof(t)sˌhɔltə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
anatomie
(anatomie) elk van de twee holten die zich als voortzetting van de neusholte tot in het voorhoofdsbeen uitstrekken
Verwante woorden
voor
voor anker
voor de hand liggend
voor elk wat wils
voor pampus
voor pampus liggen
voor zover
voor-
voor-beltrum
voor-de-gek-houderij
voor-drempt
voor-grieks
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← voorhoofdsbeen
voorhoofdsholten →