voorgeborchte
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (in de rooms-katholieke theologie) het verblijf van de zielen die, buiten persoonlijke schuld om, na het sterven niet toegelaten worden tot de hemelse glorie van Christus en ook niet naar de hel of het vagevuur gezonden worden
Etymologie
* In de betekenis van ‘voorportaal van de hel’ voor het eerst aangetroffen in 1464
Vertalingen
Spaanslimbo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek