voorbode

mannelijk (de)/ˈvorbodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) (letterlijk) bode die vooruitgestuurd is om de komst van iets of iemand aan te kondigen, voorloper ,aankondiger
    De voorbode kondigde de komst van de koning en de koningin aan.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets dat het naderen van een feit in de toekomst bekend maakt, voorteken
    De herfst kan als de voorbode van de winter gezien worden.

Vertalingen

Engelsharbinger, foreboder
Fransprésage
DuitsVorbote
Spaansheraldo, agüero, augurio