woorden
boek
Start
›
V
›
voorbedachtheid
voorbedachtheid
vrouwelijk (de)
/ˈvorbəˌdɑxthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
juridisch
(juridisch) vooropgezette bedoeling
Etymologie
*afgeleid van "voorbedacht"
Verwante woorden
voor
voor anker
voor de hand liggend
voor elk wat wils
voor pampus
voor pampus liggen
voor zover
voor-
voor-beltrum
voor-de-gek-houderij
voor-drempt
voor-grieks
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← voorbedachten
voorbede →