vliegenvanger
mannelijk (de)/ˈvliɣə(n)ˌvɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerp om vliegen te vangen, bijv. een langwerpig stuk kleverig papier
- (zangvogels) benaming voor kleine vogels uit de familie die weer behoort tot de superfamilie
Vertalingen
Spaansmoscareta, papamoscas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek