vlieden
/'vlidə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) formeel: (van tijd) voorbijgaanDe tijd vliedt!|De tijd verloopt sneller dan je denkt.
- (erga) formeel: snel weg trachten te komen, vluchtenDe herten, vliedend voor het wassende water, bereikten de heuvel net op tijd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vluchten, voorbijgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsfleet, flee
Fransfuir, fuir
Duitsverrinnen, entfliehen, fliehen
Spaanshuir, huir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek