vistocht
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een korte reis die men maakt om te vissenDe vijf bemanningsleden kwamen er zonder kleerscheuren van af. Zij werd gered door de begeleidende boot. De opvarenden, allen ervaren vissers, verklaarden dat ze nog nooit in hun leven zoiets hadden meegemaakt. Maar ze laten zich niet afschrikken door de gebeurtenis, de volgende vistocht naar de Golf van Panama is al weer geboekt.Op zondagochtend nam Lauritz Karl besluitvaardig mee op een vistochtje, de zoon moest roeien.De mannen hadden een vistocht van drie dagen gepland. Toen ze niet terugkeerden organiseerden vrienden, familie en politie een grote zoektocht op zee.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek