vistijd

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat men kan en mag vissen
    Letterlijk schrijft Bonino in de open-brief-die-geen-open-brief is: “Wat de Nederlandse visserij betreft, herhaal ik, om duidelijkheid te scheppen naar aanleiding van enigszins tegenstrijdige informatie van de laatste dagen, dat het voorstel van de commissie voorziet dat de reductie mogelijk wordt door een capaciteitsvermindering, dan wel door een reductie van de vistijd, dan wel door een combinatie van die twee factoren. In Nederland is dat mogelijk dankzij zeer goede beheersmaatregelen en een hoge rentabiliteit van de vloot.” NRC Birgit Donker 7 juni 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/06/07/burleske-rel-tussen-bonino-en-van-aartsen-7312655-a735278 Burleske rel tussen Bonino en Van Aartsen]

Vertalingen

Engelsfishing time