versmachten

/vər'smɑxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. in heel sterke mate lijden
    Pippi: 'Schrijf maar op, Tommy. We zitten hier al dagen zonder snuif en versmachten.'Tommy: 'Maar dat is toch onzin, Pippi. Wij gebruiken toch zeker helemaal geen snuif.'Pippi: 'Luister goed Tommy. Ik leg het maar één keer uit. Wie zitten er vaker zonder snuif: zij die snuif gebruiken of zij die nooit snuif gebruiken?'Tommy: 'Tsja, zij die nooit snuif gebruiken, natuurlijk.'Pippi: 'Nou dan. Schrijf dus maar op: we zitten hier al dagen zonder snuif en versmachten.'Waarna Tommy het braaf noteert, de brief in de fles stopt, de kurk erop draait en het geheel aan Pippi overhandigt die het met een reuzenzwaai in het hen omringende meer gooit.Volkskrant MARTIJN VAN CALMTHOUT 29 augustus 1998
  2. zo erg lijden dat men sterft
    Zoals het graf van Moeier Kraak of ook wel Moeier Neuk, die in de zeventiende eeuw aan de pest stierf, alsmede de kastanjeboom waar aan de legendarische roverhoofdman Rosse Bruno zou zijn opgehangen (Zwarte Kaat, diens zuster in het kwaad, werd versmacht onder een zwaar neerploffend bed').Volkskrant Wim de Jong 2 december 2000
  3. verstikking door uitwendige druk op de borstkas

Etymologie

*afgeleid van smachten

Vertalingen

Engelsexpire, pass away