bederven

/bəˈdɛrvə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, verouderd (ov) (verouderd) iets kapotmaken, beschadigen
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) iets verpesten, verknoeien
    Hij bedierf de pret met zijn gezeur.
  3. ov (ov) iemand te veel verwennen
    Het kind werd door zijn ouders bedorven.
  4. erga (erga) verrotten, oneetbaar worden
    Het vlees bedierf omdat het niet in de koelkast teruggelegd was.
    De supermarkten hebben al "tientallen miljoenen" aan schade geleden door blokkade van distributiecentra door boeren. Het gaat over omzet die de winkels mislopen vanwege leveringen die niet kunnen plaatsvinden of producten die bederven, zegt een woordvoerder van branchevereniging CBL tegen NU.nl.

Etymologie

*Afgeleid van het (nu zwakke) werkwoord derven .

Vertalingen

Engelsruin, damage, ruin
Fransabîmer, ruiner, gâcher
Spaansestropear, corromper, desmejorar