verzwakken

/vɛrzʋɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) zwakker maken
    Het weinige slapen zal hun weerstand verzwakken.
    Volgens hem heeft het stadsleven veel van onze zintuigen verzwakt en door ze te reactiveren en een met de natuur te worden, zou ik voor een groot deel op mezelf moeten kunnen vertrouwen.
  2. erga (erga) zwakker worden
    Zij verzwakken door een tekort aan slaap.

Etymologie

*afgeleid van zwak en

Vertalingen

Engelsweaken, weaken
Fransaffaiblir, atténuer, faiblir
Duitsschwächen, schwach werden
Spaansdebilitar, aflojar, debilitarse