uniteit

vrouwelijk (de)/ˌyniˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het één zijn, eenheid, eensgezindheid

Etymologie

* van "unité" of Latijn "unitas", op te vatten als afgeleid van unie

Vertalingen

Engelsunity
Fransunité
Spaansunidad