uniteit
vrouwelijk (de)/ˌyniˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het één zijn, eenheid, eensgezindheid
Etymologie
* van "unité" of Latijn "unitas", op te vatten als afgeleid van unie
Vertalingen
Engelsunity
Fransunité
Spaansunidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek