unit
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjunɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eenheid
Etymologie
* Leenwoord van "unit", in de betekenis van ‘eenheid’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Vertalingen
Engelsunit
Spaansunidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord van "unit", in de betekenis van ‘eenheid’ voor het eerst aangetroffen in 1910